Na ruim drie en een half decennia aan de Collardslaan gezeten te hebben, groeide Wander uit z’n jas. Met grote belangstelling werd gekeken naar het terrein waar nu zorgcentrum De Boshof is gesitueerd, in een lommerrijk deel van de Beilerstraat. De aandeelhouders gaven echter de voorkeur aan een ook te koop zijnde locatie aan de Vaart. De verhuizing naar wat tot 2006 de vaste stek van de Wander bleef, Vaart 29 en 31, kwam vanaf 1948 van de grond. Vaart 29 was een herenhuis, in 1895 gebouwd door de familie Westra van Holthe en Vaart 31 was het belendende koetshuis. Veel van de oorspronkelijke bebouwing verdween met de komst van Wander. Fruitbomen en rozenpoortjes uit de immense achtertuin, een vijver, een belendend heuveltje en twee tennisbanen moesten het ontgelden. In die jaren bestond de Prinses Irenestraat nog niet en grensden de tuinen van de Vaart direct aan die van de Nassaulaan. Geert Timmer kocht ook Vaart 33 ten bate van Wander, hij splitste het perceel in tweeën en bouwde op de vrijgekomen grond een garagebedrijf. Hij verkocht het huis in 1953 door aan de Staat die er jarenlang de Cultuurtechnische Dienst huisvestte. In datzelfde jaar was ook het voorste gedeelte van Wander af, alsmede een aantal autoboxen. Stap voor stap werd aan het nieuwe bedrijf gebouwd. De Collardslaan werd nog lang aangehouden voor opslag en in de jaren vijftig was er een uitdeuk- en spuitinrichting ondergebracht. Aan de straatkant kwam een benzinepomp te staan en daarachter de showroom, met aanvankelijk plaats voor slechts twee auto’s. In 1950 werd de nieuwe garage aan de Vaart met stille trom in gebruik genomen. De verkoop van motoren verschoof allengs naar de achtergrond om tenslotte helemaal te verdwijnen, helemaal toen Wander in de jaren vijftig het importeurschap van Zündapp kwijtraakte.
Jarenlang haalde Wander zelf de auto’s op uit de Rotterdamse haven De latere directeur, en zoon van Geert, Jaap Timmer wist via een ingenieus schema op een dag drie auto’s naar Assen te rijden. Vaak reisden de klanten van de aangekomen wagens mee, daaronder bevonden zich ook regelmatig dames. Jaap herinnert zich een klant die, nadat de kleur van de wagen was uitgezocht, door wilde naar het centrum om bijpassende lipstick en japonnen te kopen. De combinatie van auto’s en vrouwelijk schoon bereikte overigens een plaatselijk hoogtepunt in het Concours d’Elegance aan de Collardslaan