Zo is het volgens de notities van de heer Lucas Hunse, een van de oprichters van Wander gegaan: eind 1918 besprak hij met veearts Staal de ‘wantoestanden op automobiel- en motorrijwielreparatiegebied in Assen’. Dat moest anders, vonden beide heren. Ze waren ongetwijfeld niet de enigen die zaten te springen om een zaak waar men zijn eigen materiaal in onderhoud had. Een derde, ondernemer Dieters, voegde zich bij het tweetal en kwam op zijn beurt koperslager Meijer tegen die ook wel oren had naar de grootse plannen. Een klein bedrijf zou volgens de heren, overigens alle vier enthousiaste auto- en motorliefhebbers, geen reden van bestaan hebben, dus gingen ze voor ‘hoofdvertegenwoordigingen voor geheel Nederland’. Dieters vertrok naar Duitsland om die vertegenwoordigingen in handen te krijgen en gesterkt door succes daarbij gingen de Assenaren op zoek naar een geschikte locatie. In 1919, het jaar waarin Nederland het algemeen vrouwenkiesrecht invoerde; in Duitsland de Weimarrepubliek werd opgericht; Theodore Roosevelt en Domela Nieuwenhuis stierven en Nat King Cole en Mary Servaes werden geboren, werd in Assen Wander opgericht.
Het viertal bestond uit drie ondernemers en een veearts, beter bekend als Dokter Staal, de baas van het abattoir. Dieters handelde onder meer in een toenmalige nouveauté: het orchestrion, soort van automatisch orkest, koperslager Meijer (vader van Willem Meijer, de latere “Bliksem Billy”, bekend door zijn bliksemafleiders) was een expert in zijn vak en ondernemer Hunse deed in ijzerwaren (hij was ook betrokken bij de Asser IJzergieterij) en agenturen op dit gebied.
10 maart 1919 tekenden alle vier voor het aandeelhouderschap van de NV Noord Nederlandsche Automobielen en Motorenhandelmaatschappij “Wander” en Dieters werd directeur. Het bedrijf was gevestigd in een complex gebouwen aan de Collardslaan 7-9 en de Gymnasiumstraat, gecentreerd in en rond de voormalige stalhouderij van de heer Hoefsloot. Waar de werkplaats kwam werden in korte tijd ruiven, kribben en palen gesloopt en vervangen door nieuw metselwerk en balklagen. De garage kwam in de wagenschuur. De Collardslaan was een laan geflankeerd door hoge bomen en statige herenhuizen, waar de Asser kermis nog werd gehouden. Een Caltex-benzinepomp kwam na enige tijd voor de deur te staan.
Het eerste jaar was direct ‘buitengewoon goed geweest’, zo lezen we in de notulen van de algemene vergadering van aandeelhouders in juni 1920. Dat werd niet alleen toegeschreven aan ‘de gunstig afgesloten koopen’, maar ook aan het ‘tekort aan motors en automobielen dat er heerschte’.
Het verwerven van importagenturen was in die dagen nog een Europese aangelegenheid. Dieters kwam uit Duitsland terug als importeur van de Markranstädter Automobilfabrik in Markranstadt (luchtgekoelde MAF automobielen) en van Wanderer automobielen en motoren, dat hoofdkwartier hield in het Duitse Schönau, bij Chemnitz.
Wanderer begon als fietsenreparateur om binnen korte tijd zelf fietsen te gaan bouwen. Na de eeuwwisseling kwamen daar schrijfmachines, motorfietsen en auto's bij. Ook leverde Wanderer militair materiaal aan het Duitse leger voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog. De eerste motorfiets werd in 1902 gebouwd en het eerste prototypemodel auto volgde in 1905.
In 1932 werd Wanderer opgenomen in een fusie van DKW (Dampf Kraft Wagen, met een voorloper in de 'stoomauto') samen met Audi en Horch. Aaneengesmeed werd het Auto Union, waarbij de merken op zichzelf bleven bestaan. Het huidige Audi is hier uit voortgekomen, het logo met de vier ringen staat voor de samenwerking van voornoemde merken. Na de Tweede Wereldoorlog stond de fabriek in - toen - Karl Marxstadt op communistisch grondgebied. Een aantal kopstukken van Auto Union ging vanaf 1939 echter verder in een soort herstart vanuit Ingolstadt, vlakbij Munchen, waarbij de naam al snel veranderde in uitsluitend Audi. De productie van Wanderer auto's verdween nagenoeg, maar fietsen met de merknaam Wanderer werden nog tot 2005 bij de Firma AT Zweirad GmbH in Munster gemaakt.
De voor het Asser bedrijf gekozen naam Wanderer bleek een tongbreker te zijn en dus werden de laatste twee letters geschrapt. Ook gaat het verhaal dat Auto Union, toen Wanderer opging in dat nieuwe concern, op zeker moment het gebruik van de naam Wander wilde verbieden. De rechter moest er aan te pas komen maar achtte tot geluk van de Assenaren het woord Wander dermate verschillend, dat het niet tot een verbod kwam. De vele reizen naar Duitsland maakte Dieters niet in z'n eentje. Op regelmatige basis vergezelden klanten hem naar Chemnitz om de in Assen bestelde wagens en motorfietsen op te halen. Dat waren feestelijke trips, goed van eten en drinken en plezierige hotelovernachtingen. Koolhaas Revers, van ‘Het Motorrijwiel en de kleinauto’ (het latere ‘Motor’) schreef in 1921 een zeer uitvoerig artikel over deze ‘Wanderrit’ onder de titel: ‘Met veldheer Dieters naar de bakermat der Wanderer’. Men ging heen met de trein en reed gezamenlijk terug in de ‘Wanderer-colonne’.
Een fragment: ‘De duisternis was reeds lang ingetreden en onze lampen brandden lustig, toen we eindelijk, als adelaars uit het gebergte neerschietend, langs de laatste serpentines de lichten van Chemnitz beneden ons zagen schitteren en we spoedig daarna voor ons hotel stil hielden, waar een genoegelijk souper ons nog lang vereenigd hield. En toen we eindelijk in de beste stemming, maar flink vermoeid, ons kuisch etui opzochten om den laatsten nacht in Chemnitz door te brengen, toen beseften we allen wel, dat ons bezoek aan deze stad ons in latere tijden altijd zou bijblijven, alleen al door de schitterende ontvangst, die ons van de zijde der Wanderer-Werke en hare vlotte directeuren ten deel was gevallen’.
Het ontbrak Koolhaas Revers niet aan superlatieven.
